Current Exhibitions

Recent works

Works
2005-2014

Works
2001-2004

Works
1995-2000

Texts about the work of Juul Kraijer

Texts by the artist

Curriculum Vitae

email

 

This site was designed and created by bomdesign: http://www.bomdesign.nl

The copyright of the artworks is the property of the artist.

 

 

DE HYDRA

De welsprekendheid die mijn tekeningen bezitten kan ik met woorden niet evenaren. Er wordt me desondanks, met zo'n regelmaat en zo'n vasthoudendheid, om een nadere verklaring gevraagd, dat ik me hier niet volledig aan wil onttrekken. Bewust heb ik niet voor een tekst van anderen gekozen, daar door opname in dit boek zo'n interpretatie gecanoniseerd zou dreigen te raken. Zelf deins ik er voor terug mijn werk te duiden, aangezien de betekenis van een tekening nooit eenduidig is. Was dat wel zo, dan had ik gekozen voor een directere vorm dan de poëtisch-associatieve van de beeldende kunst. De beeldende kunst leent zich om datgene zeer scherp te formuleren, dat, omdat het niet eindig is, binnen taal en theorie niet gevangen kan worden. Duiden van een tekening, zodra het met enige stelligheid gebeurt, verwordt tot het dicteren van een betekenis, waarmee men het werk kunstmatig inperkt, de andere mogelijkheden amputeert ten gunste van die éne. Met de woorden die ik toevoeg aan de tekeningen, zal ik proberen een wegwijzer te planten. Niet zo een die de enige en juiste richting aangeeft, maar een die vele wegen aanwijst, zoals op een negensprong, waarbij je nooit weet welk pad je al bewandeld hebt en evenmin uit welk pad je zojuist kwam, en toch veel mooi bos te zien krijgt. En bedenk dat een kunstenaar wiens werk zo door misleiding getekend is, deze wellicht ook in haar schrijven niet schuwt.

De tekeningen zijn in geen geval afbeeldingen van reële situaties. Veeleer zijn het belichaamde gemoedstoestanden, door Japans ogende meisjes letterlijk geïncarneerd. Ze hanteren de vorm van het emblema: een beknopt samenraapsel van elementen die tesamen een metafoor tot leven wekken die de afbeelding haar betekenis verleent. De beknoptheid is hier van essentie‘l belang. Beknoptheid en terughoudendheid vormen de leidraad bij het tekenen, een leidraad die ik misschien niet heb gekozen, maar die de tekeningen zelf lijken te dicteren. Ze blijkt een condicio sine qua non, in haar rol als tegenpool, als complementair veld, als de ene bewering van een contradictie.

DE AARD VAN DE TERUGHOUDENDHEID

In bijna alle tekeningen ontbreekt de aanduiding van omgeving, de figuren worden omringd door leeg papier. Er is geen perspectief, geen achtergrond of voorgrond en ternauwernood kledij, zodat ook tijdsbepaling achterwege wordt gelaten. De enkele keer dat ze een kledingstuk aanhebben, en ik dus kleur moet bekennen, is het de mode van vandaag, door mij en mijn vrienden gedragen, dus neutraal en in zekere zin onzichtbaar door zijn alom verbreidheid heden ten dage. De getekende lichamen zijn naakt maar neutraal. Geen vlees maar vehikel. Ze blijven binnen het domein van de geest. Geen weelderige vormen, maar slechts half ontlokene, het haar strak in een wrong - alleen luxurieus los golvend als het zelf de hoofdpersoon vormt - geen wenkbrauwen, geen wimpers, geen nagels of schaamhaar en zelfs geen stoel om op te zitten. Een zeker plastisch illusionisme dat de tekeningen kenmerkt, wordt direct ondergraven door de inherente abstraherende kwaliteit van het zeer 'geestelijke' medium, houtskool. De lichamen behouden dezelfde dimensie als het papier. Houtskool op papier grenst aan het onstoffelijke. Het is flinterdun en ternauwernood hechtend; als het patroon op een vlindervleugel, het ontkleurt de dingen, registreert alleen waar licht niet of verminderd de vorm omspeelt, en is daarmee een abstractie van de werkelijkheid. De houdingen zijn al evenzeer terughoudend en blijven wat hun choreografie betreft verwant aan die van het pictogram. Vaak toont het gezicht zich en profil of en face en bevindt het lichaam zich evenwijdig aan het papieroppervlak; geen benen die terugwijken de diepte in of een romp die in verkort voorover helt. Van gebaren is nauwelijks sprake, de houdingen zijn ontdaan van alle levendigheid. Geen suggestie van dynamiek of een spontaan expressief gesticuleren, maar een uiterst geconcentreerde pose die voor de eeuwigheid lijkt te zijn ingenomen, als zijnde de meest betekenisvolle. De onbeweeglijkheid van de houding vindt een pendant in de onbewogenheid van het gezicht. De meisjes tonen zich ten hoogste licht koket, loerend uit een ooghoek naar het effect dat ze bewerkstelligen. De wenkbrauwen ontbreken omdat ze te gauw innerlijk leven verraden. Hun hybridisch Japanse gelaatstrekken, gesloten en monolythisch, zijn mij en de hele westerse wereld vreemd en onttrekken als een kamerscherm de wanorde aan het oog. Een al te menselijke identificatie wordt onmogelijk gemaakt. Ze zijn eerder personage dan persoon. Individualiteit doet niet ter zake bij de rol die hen is toebedeeld: het vertolken van het innerlijk gemoed. Als toneelspeelsters zijn ze zich ten alle tijde bewust van de aanwezigheid van toeschouwers. Ook als ze zich afwenden houden ze hen nauwlettend in de gaten. Die terughoudendheid schijnt mij noodzakelijk toe; zij voedt een contrast. Want iedere tekening behelst een contradictie, een contradictie tussen de uiterlijke onbewogenheid en de zich daardoor extra sterk aftekenende bewogenheid van het innerlijk gemoed. Afgewend hullen de protagonistes zich in ondoorgrondelijkheid en volmaakte kalmte, terwijl zij zich prijsgeven. Ergens aan hun zwijgende lichaam voltrekt zich steeds een metamorfose, verheft zich één enkele golf hoog uit de vlakke zee.

DE BLOEMRIJKE AARD VAN DE METAMORFOSE

Het is de bloemrijke aard van de metamorfose die contrasteert met de onbewogenheid waarmee de personages haar ondergaan. In een kamer waar je een speld kunt horen vallen, spreken zij boekdelen. Een boezem wordt een duivenpaar, uit organen stuwen gewassen, een lichaam verzevenvoudigt zich, de haarvlechten verknoopt. Een meisje schenkt het licht aan een merel, uit ruggewervels priemen heggemussen, uit aderen op handen kleine boompjes. Er wordt een hart gehuild uit stille fossiele tranen, er wordt een gezicht verdubbeld; het beloert zichzelf wederzijds, argwanend. Daar geen situatie re‘el is, geen meisje tastbaar, daar zij slechts bestaan in hun rol als incarnatie, kan zich deze instabiele morfologie manifesteren.De demarcatielijn tussen de dingen is niet langer onverbiddelijk. De omtrek van het lichaam verliest zijn absolute karakter. Het wijzigt zijn vorm tot de meest betekenisvolle. Steeds ontstaat de verandering, hetzij mutatie, hetzij mutilatie, op de meest kwetsbare plek, daar waar de lichaamsvorm zich eigent of de weerstand het geringst is. Elk meisje kent haar achilleshiel. De ongerijmdheid die zich aan haar lichaam voltrekt is haar enige uitdrukkingsmiddel. Zij verbergt dit niet, integendeel, ze wendt het naar de toeschouwer, biedt het aan zijn blikken aan, terwijl ze zich ongenaakbaar houdt. De indirecte openhartigheid van de gedaanteverandering ontmaskert de ogenschijnlijke sereniteit. Afwezig of koket, zwijgend altijd en uiterst geconcentreerd, levert ze zich aan de metamorfose over.

HET VEELKOPPIGE GEDROCHT

Ik beperk me tot deze inventarisatie van bestanddelen, hoewel ik zie dat ik me hier en daar in de keuze van bijvoeglijk naamwoorden verraad, op een wijze die niet onvergelijkbaar is met de wijze waarop mijn protagonistes zich verraden. En waar zij misleiden met de omweg die ze kiezen om zich bloot te geven, misleidt de kunstenaar door zich te verschuilen achter een vreemdelingenlegioen. Bij beiden gebeurt dit wel bewust maar niet opzettelijk. En er zijn wel meer overeenkomsten. Staand tegenover mijn werk komt het me voor als de Hydra. Mijn Hydra is Japans. Zij toont zich in vele gezichten, die alle ontspruiten uit eenzelfde moederlichaam. Hoeveel ik er ook teken, steeds nieuwe dringen zich aan mij op. En alle zijn zij in beginsel gelijk.

J.K.

1998